FAQ

11 vragen over beroepsniveauprofielen


1. Wat zijn beroepsniveauprofielen?

Beroepsniveauprofielen (BNP’s) geven een beschrijving van wat jij, als communicatieprofessional, op een bepaald niveau van functioneren in de beroepspraktijk in huis moet hebben aan competenties. Wat voor soort taken moet je kunnen vervullen? Over welke kennis en vaardigheden moet je beschikken om op dat niveau te kunnen functioneren? BNP’s zijn uitdrukkelijk geen functiebeschrijvingen. Daarvoor zijn ze veel te generiek. Het komt zelden voor dat een functie in werkelijkheid precies de taken en competenties omvat die in een bnp staat. De meeste communicatie functies hebben taken op verschillende niveaus: bijvoorbeeld een persbericht opstellen (niveau B) en een plan opstellen voor de interne communicatie (niveau C). Toch bieden de bnp’s wel goede aanknopingspunten om functiebeschrijvingen voor specifieke functies op te stellen.

 

2. Welke beroepsniveaus zijn er?

Sinds midden jaren 90 hanteert de beroepsvereniging voor Communicatie Logeion de volgende 4 beroepsniveaus:

 

A. Assistent Communicatiemedewerker

Ondersteunt collega's bij de uitvoering van hun werk als communicatieprofessional. De assistent heeft soms een zelfstandige taak bij de uitvoering van communicatieactiviteiten, bijvoorbeeld bij het onderhouden van publiekscontacten. Administratieve, organisatorische en redactionele werkzaamheden zijn taken op dit niveau.


B. Communicatiemedewerker / Junior Communicatieadviseur

Is belast met de zelfstandige uitvoering van communicatieactiviteiten en -projecten. Deze communicatiespecialist heeft een brede kennis van het vakgebied. Organiseren, plannen, schrijven en presenteren zijn vaardigheden die deze professional beheerst. Taken op dit niveau zijn redactiewerk, productiebegeleiding en advisering rond uitvoering.

C. Senior Communicatieadviseur

Is specialist op het gebied van complexe communicatievraagstukken. Deze gevorderde communicatieprofessional ontwikkelt communicatiebeleid, adviseert lijnmanagers over communicatiekwesties en coördineert voorlichtingscampagnes. Vereisten op dit niveau?  Analytisch vermogen, strategisch inzicht en adviesvaardigheden.

D. Communicatiemanager

Is verantwoordelijk voor het communicatiebeleid op ondernemingsniveau en geeft leiding aan een communicatieafdeling. Deze topfunctionaris heeft een uitgebreide kennis en ervaring op communicatiegebied en zet vanuit een duidelijke visie een communicatiestrategie uit voor de totale organisatie. De communicatiemanager beschikt daarbij over stevige advies- en managementvaardigheden

 


3. Wat staat er in een beroepsniveauprofiel?

Een beroepsniveauprofiel beschrijft gedetailleerd welke taken een communicatieprofessional op dat niveau in de beroepspraktijk moet kunnen vervullen. Daarnaast geeft het profiel aan over welke ambachtelijke en persoonlijke vaardigheden de professional moet beschikken en welke kennis/ervaring hij/zij in huis moet hebben. Naarmate het niveau van functioneren stijgt, zal de professional zwaardere en complexere communicatietaken moeten kunnen oppakken en tot een goed einde brengen. Dat betekent vanzelf ook dat er hogere eisen gesteld worden aan zijn/haar ervaring, kennis en vaardigheden. De bnp’s zijn omvangrijke documenten. Een uitgebreidere beschrijving van de vier beroepsniveaus vind je hier.



4. Waarom beroepsniveauprofielen?

De roep om een helder referentiekader voor communicatiefuncties ontstond in de jaren 90 van de vorige eeuw. De communicatie beroepspraktijk werd onder invloed van maatschappelijke en economische ontwikkelingen steeds breder, omvangrijker en diffuser. Het werd steeds moeilijker voor mensen in de beroepspraktijk om aan te geven ‘waar ze nu precies van waren’. Anderzijds was het voor organisaties steeds moeilijker om aan te geven wat ze nu precies van een communicatieprofessional mochten verwachten en welke competenties belangrijk waren voor een bepaalde functie. Ook opleiders hadden weinig houvast om hun opleidingen inhoud te geven en afgestudeerden goed voor te bereiden op de beroepspraktijk. De toen bestaande indeling in NGPR-A (uitvoerend) en NGPR-B (adviserend, beleidsmatig) voldeed niet meer aan de rijk geschakeerde beroepspraktijk. Op initiatief en door de inzet van enkele opleiders (Van der Hilst Communicatie en SRM) en een aantal BVC-leden (de voorloper van Logeion) zijn de vier beroepsniveauprofielen opgesteld. Tot september 2010 (en eigenlijk nog steeds) hebben die nuttige diensten bewezen voor opleidingen (er zijn inmiddels duizenden mensen opgeleid voor één of meer van deze profielen), maar ook voor personeelsfunctionarissen en hoofden communicatie bij het zoeken naar de juiste kandidaten voor een communicatiefunctie.

 

5. Wat kun je ermee?

Communicatieprofessionals

Kunnen hun eigen functioneren (ervaring, competenties) toetsen aan een objectieve maatstaf. Waar sta ik? Wat heb ik in huis? Waar wil ik naar toe? Wat heb ik nog nodig?

Opleiders

Kunnen hun opleidingen een inhoud en vorm geven die aansluit bij de eisen van de beroepspraktijk.

HR-professionals

Kunnen gericht de juiste kandidaten zoeken en selecteren voor communicatiefuncties. Ook het inschalen van communicatiefuncties wordt gemakkelijker omdat er een onderling vergelijk tussen functieniveaus en functie-inhoud mogelijk is.


Communicatiemanagers

Kunnen aan de hand van de bnp’s vorm geven aan de inrichting van hun afdeling en gericht sturen op competenties.


6. Hoe komen de beroepsniveauprofielen tot stand?

BNP’s komen bij uitstek tot stand door inbreng vanuit de beroepspraktijk. Een Logeion-werkgroep, samengesteld uit opleiders en mensen uit de praktijk, heeft ze opgesteld op basis van een vast stramien en met de inbreng van tal van vakgenoten. Uiteraard zijn ook de laatste inzichten in de theorie en de vakliteratuur daarbij meegenomen. Na een brede consultatieronde onder de leden stelt het bestuur van Logeion de bnp’s vast. Het communicatievak is dynamisch. Dat betekent ook dat de bnp’s op die dynamiek moeten aansluiten. De eerste versie dateert van 1996. In 2004 vond een update plaats en inmiddels (2010) is er een 3e versie van de bnp’s gereed. Daarbij is gekozen voor een nieuwe systematiek van beschrijven.


7. Waarom komt er een nieuwe systematiek voor de beroepsniveauprofielen?

Hoewel de indeling in vier beroepsniveaus in 1996 al een enorme verbetering bracht in het diffuse communicatiewerkveld, blijkt het vak in de praktijk zo rijk geschakeerd en breed dat veel communicatieprofessionals zichzelf geen plek kunnen geven in het generalistische plaatje van de beroepsniveauprofielen. Communicatieprofessionals die zich hebben gespecialiseerd in een bepaalde richting (evenementorganisatie, public affairs, woordvoering, interne communicatie) vinden zich niet terug. Daarom is er gekozen voor een andere systematiek van beschrijven. Die gaat niet langer uit van een generalistisch profiel op een bepaald beroepsniveau maar van de kerntaken die in alle communicatiefuncties in meerdere of mindere mate voorkomen. Die kerntaken zijn: Analyseren, Adviseren, Creëren, Organiseren, Begeleiden en Managen. Elk van deze taken kan op 6 niveaus worden ingevuld. Deze niveaus zijn afgestemd op de European Qualification Framework (EQF) van de Europese Unie, zodat een Europese vergelijking van diploma’s mogelijk is. Deze indeling biedt veel meer mogelijkheden om de specifieke kwaliteiten van een individu in kaart te brengen.

Zo kan een communicatieonderzoeker niveau 5 scoren op Analyseren en misschien 2 of 3 op Creëren. Andersom kan een vormgever of tekstschrijver 4 of 5 scoren op Creëren en 2 op Analyseren of Begeleiden. Niettemin kan in beide situaties de betreffende persoon een hoge mate van deskundigheid ontwikkelen op bepaalde kerntaken en perfect voldoen aan de eisen die de functie stelt.

 

8. Wat betekent de nieuwe bnp-systematiek voor mij?

Voor je functioneren in de praktijk heeft het niet direct consequenties. Je blijft de dingen doen die je al deed. Maar je kunt wel nauwkeuriger in kaart brengen op welk niveau jij de kerntaken van het communicatievak beheerst. Dat geeft je de mogelijkheid je eigen plek binnen het communicatievak beter te bepalen. Maar vooral geeft het je duidelijkheid over competenties die je in het kader van je ambities of je carriére nog wilt ontwikkelen. Daarmee kun je gericht aan de slag, bijvoorbeeld door het volgen van opleidingen, trainingen, zelfstudie of door coaching.

Als je al een opleiding hebt gevolgd op een van de 4 bestaande beroepsniveaus (A, B, C of D) dan kun je in het model zien wat dat betekent voor je scores op de 6 kerntaken van communicatie. Maar opleiding is natuurlijk niet de enige maatstaf; werkervaring en levenservaring zijn ook belangrijke bronnen van professionaliteit. In de nieuwe systematiek vinden die ook een plek. Het betekent dat je een veel gedifferentieerder omschrijving krijgt van jouw professionele profiel.


9. Zijn er ook nadelen verbonden aan de nieuwe bnp-systematiek?

Ja. Er zijn namelijk geen algemeen vastgestelde referentieprofielen meer, zoals onder A, B, C en D. Dat is met name lastig bij meer generalistische functies. En in de praktijk zijn dat er veel. Met de ‘oude’ beroepsniveauprofielen kon je vrij gemakkelijk aan de slag om een 'doorsnee' communicatieafdeling in te richten. Maar ook voor opleiders boden ze een goede houvast om grote groepen mensen op te leiden voor het vak. Want je kunt moeilijk voor elk specialistisch profiel een opleiding in het leven roepen. Om die reden blijft Van der Hilst Communicatie voorlopig ook de ‘oude’ beroepsniveauprofielen hanteren. Wel leggen we in de inhoud en de presentatie van onze opleidingen een link met de nieuwe systematiek.Op die manier verenigen we het beste van twee werelden!



10. Hoe weet ik waar ik sta of waar mijn afdeling staat?

Meer informatie voor jou als communicatieprofessional vind je hier.
Weten waar je afdeling staat? Klik dan hier.

Ook Logeion verstrekt informatie. Op de website kun je een zelftest doen. Dat gebeurt aan de hand van een voorgestructureerde vragenlijst. Een snelle en gratis methode: de uitkomst van de test bepaal je in hoge mate zelf.


11. Hoe gaat het nu verder met de beroepsniveauprofielen?

De bal ligt nu in eerste instantie bij Logeion en bij de opleiders. Logeion gebruikt de nieuwe bnp-systematiek om het veelomvattende communicatievak inzichtelijker te maken voor vakgenoten en voor buitenstaanders. Het biedt ook mogelijkheden voor persoonscertificering zoals andere beroepsgroepen die ook al kennen (accountants, advocaten etc). Het is wel belangrijk dat er werkbare en heldere criteria komen om de bnp’s verder te operationaliseren. Daar ligt nog een flinke taak voor Logeion.

De opleiders, zoals Van der Hilst Communicatie, SRM en de reguliere opleidingers, gaan de komende tijd aan de slag met het invullen van de nieuwe bnp's in hun opleidingen. Centrale vraag daarbij: welke kerntaken kun je met een bepaalde opleiding op welk niveau uitvoeren?

Als opleiders kunnen we nu veel beter inspelen op de behoeften van specifieke groepen met een gericht aanbod aan scholingsmogelijkheden. Er komt meer ruimte voor maatwerk. Modulair onderwijs en gerichte training of coaching waarmee je als professional je eigen beroepsniveauprofiel opbouwt. Een individueel profiel dat toch een heldere plek heeft in het hele communicatiegebouw. Dat wordt de toekomst. De mogelijkheden voor individuele professionals om zich in het communicatievak te ontwikkelen zijn talrijk. Maar daarmee ook de keuzemogelijkheden. Daarin je weg vinden is moeilijk maar tegelijk ook uitdagend. Van der Hilst Communicatie helpt je graag die weg te vinden en te volgen.